Conclusie
2.Procesverloop
3.Bespreking van het middel
.Daarom heeft het geoordeeld dat [verweerder] de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden per 28 mei 2007, dat wil zeggen dertig dagen na deze dagvaarding.
onderdeel 2.1.2is het hof uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van de aan een ingebrekestelling te stellen eisen, althans heeft het hof het deurwaardersexploot/de dagvaarding op onbegrijpelijke wijze uitgelegd. Volgens het onderdeel blijkt niet dat sprake is van een ingebrekestelling, omdat aan de wederpartij niet voldoende duidelijk een termijn wordt gegund om alsnog deugdelijk na te komen. Volgens
onderdeel 2.1.3leidt de dagvaarding er niet toe dat geen enkele twijfel bestond over wat van [eiser] werd gevorderd en dat dit tot verzuim zou leiden, omdat in de dagvaarding geen nakoming, maar ontbinding werd gevorderd. Het hof kon hier niet tot steun wijzen op de aangetekende brief, omdat [eiser] niet beducht hoefde te zijn op ingebrekestellingen in andere vorm.
onderdeel 2.1.4dat onjuist en onbegrijpelijk is dat het hof [eiser] heeft verweten de zaken op hun beloop te hebben gelaten.
Onderdeel 2.1.5bevat een voortbouwende klacht en faalt daarom eveneens.