Conclusie
middelonderdelen 1 en 2klagen dat het hof verzending naar deze postbus niet aannemelijk heeft mogen achten op basis van de (slechts met een interne verzendregistratie onderbouwde) stelling van de gemeente, althans dat onbegrijpelijk is waarop het hof deze vaststelling baseert.
middelonderdelen 3 - 8klagen dat het hof zonder toereikende motivering is voorbij gegaan aan essentiële stellingen; met name heeft het hof de stelling onbesproken gelaten dat met de interne registratie van de gemeente is geknoeid, althans gemanipuleerd.
Onderdeel 9klaagt dat het hof verzoeker ten onrechte niet heeft toegelaten tot bewijs, maar noemt geen concreet bewijsaanbod waaraan het hof voorbij zou zijn gegaan.
onderdeel 10mist verzoeker belang. Ook al zou de weergave in rov. 3.4 van de desbetreffende passage in de pleitnota niet correct zijn, er is geen enkele aanwijzing dat het hof deze passage anders heeft opgevat dan zij volgens het middel was bedoeld.
onderdelen 11 en 12hebben betrekking op de vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Indien een geadresseerde op een niet ongeloofwaardige wijze ontkent het besluit te hebben ontvangen kan (niet: ‘moet’) een overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar worden geacht [8] . Met het hof ervan uitgaande dat verzending van het afschrift aan postbus […] destijds heeft plaatsgevonden, lag het op de weg van verzoeker om feiten of omstandigheden te stellen waaruit volgt dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest. Aan de rechtspraak wordt ontleend:
onderdelen 13 en 14hebben betrekking op de verzending van het besluit naar het adres [a-straat 1]. Deze klachten kunnen niet tot cassatie leiden, omdat het hof zijn beslissing niet op een verzending naar dat adres heeft gegrond.
conclusiestrekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep op de in art. 80a lid 1 RO vermelde grond.