ECLI:NL:PHR:2013:2343

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2013
Publicatiedatum
30 december 2013
Zaaknummer
12/06003
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens termijnoverschrijding middelen van cassatie

Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 281 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, en een werkstraf van 240 uren. Daarnaast werd een geldbedrag van €217.720,00 verbeurd verklaard.

Verdachte stelde beroep in cassatie in, vertegenwoordigd door mr. P.J.A. van de Laar. Echter, er is geen schriftuur houdende middelen van cassatie tijdig ingediend door een raadsman bij de Hoge Raad binnen de termijn genoemd in art. 437, tweede lid, Sv.

De Hoge Raad oordeelt dat hierdoor het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet is nageleefd en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. Hierdoor wordt het cassatieberoep niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 12/06003
Zitting: 26 november 2013
Mr. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 18 oktober 2011 de verdachte ter zake van
“witwassen”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 281 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro, en een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. Voorts heeft het hof een telmachine en een geldbedrag van € 217.720,00 verbeurd verklaard en de teruggave aan de verdachte gelast van een aantal in het arrest vermelde voorwerpen.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken [medeverdachte 3] (12/00686) en [medeverdachte 1] (11/04840), in welke zaken ik vandaag eveneens zal concluderen.
3. Namens de verdachte heeft mr. P.J.A. van de Laar, advocaat te Eindhoven, beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG