Conclusie
“opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod”, en 2.
“opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod” [1] veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis.
middelklaagt dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.
Nadere bewijsoverweging
De verklaringen van [getuige 1]
"deels de timmerman voor de aanleg en [betrokkene 1] voor de elektrische zaken". Desalniettemin heeft diezelfde [getuige 1] (pag. 89) verklaard:
"de stroom liep achter de kast om en was aangelegd door een man. Hij werkt bij de NUON. Het was een blanke man, ongeveer 22 jr oud, vrij lang postuur, lichtblond haar".
De verklaringen van [getuige 2]
"U vraagt mij naar de man die over de vloer kwam op de [a-straat 1]. U zegt dat dit een neger is". In haar antwoord verwijst zij dan naar cliënt, hetgeen al (tenminste) merkwaardig is aangezien cliënt wel een Marokkaan, doch geen neger is.
bevestigingvan de verklaring(en) van [getuige 1] inhouden, is werkelijk onbegrijpelijk.”