ECLI:NL:PHR:2013:2274
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart aanvraag tot herziening gegrond wegens nieuwe verzekeringsverklaring
De aanvrager werd door de Rechtbank Breda veroordeeld wegens overtreding van artikel 30 lid 4 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) op 18 juli 2009. Hij kreeg een gevangenisstraf van één week en een rijontzegging van vier maanden opgelegd. Het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch verklaarde hem niet-ontvankelijk in hoger beroep vanwege te late indiening, en de Hoge Raad bevestigde dit in cassatie wegens het niet tijdig indienen van cassatiemiddelen.
De aanvraag tot herziening werd ingediend met een nieuwe verklaring ex art. 34 WAM Pro, afgegeven door Het Nederlands Volmachtbedrijf, waarin werd bevestigd dat het motorrijtuig op de pleegdatum verzekerd was volgens de wettelijke eisen. Deze verklaring was pas na het vonnis van de kantonrechter afgegeven.
De Hoge Raad oordeelt dat deze nieuwe verklaring het ernstige vermoeden wekt dat de kantonrechter, indien hiermee bekend, de aanvrager zou hebben vrijgesproken. Daarom verklaart de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond, beveelt zo nodig opschorting van de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar een hof dat nog niet over de zaak heeft geoordeeld voor een nieuwe berechting volgens art. 472, tweede lid, Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar een gerechtshof voor hernieuwde berechting.