ECLI:NL:PHR:2013:1799

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 oktober 2013
Publicatiedatum
11 december 2013
Zaaknummer
12/04348
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens termijnoverschrijding

Het gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld voor poging tot diefstal met braak, eenvoudige belediging van een ambtenaar tijdens diens bediening, meervoudige mishandeling en het opgeven van een valse voornaam aan het bevoegd gezag. Tegen dit arrest heeft verdachte cassatieberoep ingesteld.

De aanzegging van het cassatieberoep vond plaats op 16 oktober 2012, waarna de termijn voor het indienen van de middelen van cassatie op 17 december 2012 afliep. Er is echter geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnen deze termijn ingediend door een raadsman.

Op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de Hoge Raad verdachte daarom niet in zijn cassatieberoep ontvangen. De Procureur-Generaal concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van de middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 12/04348
Zitting: 15 oktober 2013
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 13 juni 2012 verdachte wegens 2. “Poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak”, 3. “Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening” en 4. “Mishandeling, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken. Daarnaast heeft het Hof verdachte wegens 5. “Door het bevoegd gezag naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse voornaam opgeven” veroordeeld en bepaald dat aan de verdachte ter zake van dat feit geen straf of maatregel wordt opgelegd.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld. [1]
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 16 oktober 2012 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 17 december 2012. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [verdachte] (12/04347), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.