AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens hennepteelt en stroomdiefstal ondanks betwisting bewijs en strafmotivering
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens het opzettelijk telen van hennepplanten en het illegaal aftappen van elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij. De kwekerij bevond zich in een schuur verbonden aan zijn woning, waar ook de stroom werd afgetapt. Het hof achtte het niet aannemelijk dat verdachte de schuur aan een ander had verhuurd, mede omdat de vermeende huurovereenkomst vals bleek.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof het bewijsverweer onvoldoende had gemotiveerd en dat de strafoplegging ondeugdelijk was, onder meer omdat de eerdere veroordeling die het hof meewoog nog niet onherroepelijk was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het bewijsverweer toereikend had gemotiveerd en dat het oordeel over de valsheid van de huurovereenkomst was gebaseerd op feitelijke vaststellingen die niet voor cassatie vatbaar zijn.
Ten aanzien van de strafmotivering stelde de Hoge Raad vast dat alleen onherroepelijke veroordelingen in de strafoplegging mogen worden betrokken. In deze zaak was de eerdere veroordeling inmiddels onherroepelijk en was verdachte zich daarvan bewust. De strafoplegging was daarom niet onbegrijpelijk. Het cassatieberoep faalde en het vonnis werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf wegens hennepteelt en diefstal van elektriciteit.
Voetnoten
1.Vgl. HR 26 juni 2012, LJN BX1936 (HR 81 RO); HR 13 oktober 2009, LJN BJ3668 (HR 81 RO); en HR 26 april 2011, LJN BP8496 (HR 81 RO). Indien de feitenrechter (onder)verhuur wél aannemelijk acht en vervolgens tot bewezenverklaring van medeplegen van de hennepteelt komt, leidt het oordeel dat de enkele tenaamstelling van het pand en de vastgestelde (onder)verhuur voldoende is om tot bewezenverklaring van een nauwe en bewuste samenwerking van hennepteelt te komen tot cassatie (vgl. bv. HR 11 oktober 2011, LJN BR2892; HR 15 februari 2011, LJN BP0068; HR 4 januari 2011, LJN BO3975). Datzelfde geldt voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid indien onderverhuur van een loods is vastgesteld (vgl. HR 3 november 2009, LJN BJ6931, NJ 2010/335, met annotatie van Borgers in NJ 2010/337).
2.HR 11 april 2006, NJ 2006/393 m.nt. Buruma, r.o. 3.8.1 en o.a. HR 20 januari 2009, LJN BG5619 (middel I, HR 81 RO). Zie ook Corstens/Borgers (2011), Het Nederlands strafprocesrecht, zevende druk, p. 772 e.v. en Van Dorst (2012), Cassatie in strafzaken, zevende druk, p. 283-288.
3.Het gaat hier niet om een nadere uitwerking van de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en evenmin om een ad informandum gevoegd feit. Vgl. HR 26 oktober 2010, LJN BM9968, NJ 2010/586; HR 18 december 2007, LJN BB4955, NJ 2008/405 m.nt. Borgers; HR 2 november 2004, LJN AQ8466, NJ 2005/274, m.nt. Schalken.
4.HR 29 juni 2010, LJN BM4331, vgl. ook HR 5 maart 2013, LJN BZ2231 en HR 26 oktober 2010, LJN BO1752.
5.Vgl. HR 6 oktober 2009, LJN BJ3290, NJ 2009/505, waarin het Hof bij de strafoplegging in aanmerking had genomen dat de verdachte gelet op zijn wetenschap van een niet-onherroepelijk vonnis was gewaarschuwd dat vermogensdelicten tot strafrechtelijke sancties leiden.
6.Corstens/Borgers, Het Nederlands strafprocesrecht, zevende druk, p. 764-765: het vereiste van het ten nadele meewegen van enkel onherroepelijke veroordelingen kent thans in de jurisprudentie van de Hoge Raad geen uitzondering. Zie evenwel ook HR 18 juni 2013, LJN CA3295 (HR 81 RO): Gezien de context leek het Hof in die zaak juist het niet-onherroepelijke karakter van de eerdere veroordeling - niet ten nadele - te hebben willen benadrukken en subsidiair gold dat de eerdere veroordeling met de gelijktijdige behandeling van beide zaken in cassatie alsnog onherroepelijk werd. Zie tevens HR 9 april 2013, LJN BZ6521 (HR 81 RO): Het middel berustte op een onjuiste lezing van de betwiste overweging.
7.HR 25 maart 2008, LJN BC4274.
8.De bewezenverklaarde einddatum is weggevallen.