Conclusie
Ontmoetingen van de verdachte met de overige betrokkenen
Het bewijs van het medeplegen.
vierde middelklaagt dat de berechting van verzoeker in cassatie niet plaatsvindt binnen de redelijke termijn waarop verzoeker ex art. 6 EVRM Pro aanspraak mag maken, nu tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van de stukken door de Hoge Raad meer dan acht maanden is verstreken.