Conclusie
1.Feiten en procesverloop
“circa 220 m2 op de begane grond, alsmede opslagruimte in de kelder”.Verder komen in de verkoopbevestiging onder meer de volgende bepalingen voor:
( [2] )– en van een vergoeding voor geleden schade – door haar begroot op een bedrag van eerst € 252.900,- later van € 323.826,54. [eiser] bestrijdt deze vorderingen. Zijn primaire verweer houdt in dat hij niet gehouden is medewerking aan de levering van het gekochte te verlenen, omdat het gekochte niet aan de overeenkomst beantwoordde. Verder voert hij met betrekking tot de gevorderde boete aan dat deze niet is overeengekomen en dat bovendien artikel 6:92 lid 1 BW Pro niet toelaat zowel nakoming als een boete te vorderen.
( [3] )Met een beroep op artikel 6:92 lid 2 BW Pro betoogt hij dat niet én schade én een boete kan worden gevorderd.
( [4] )Vast Goed bestrijdt onder meer de afwijzing door de rechtbank van haar schadevordering. Zij begroot haar vordering alsnog op een bedrag van € 828.326,54 en voert verder aan primair dat zij aanspraak kan maken op volledige vergoeding van de schade naast de gehele boete van € 480.000,-, en subsidiair dat zij naast de gehele boete van € 480.000,- recht heeft op vergoeding van de schade, voor zover de schade uitstijgt boven het boetebedrag van €480.000,-. Voor het primaire standpunt voert zij aan dat de overeengekomen boete louter een sanctie vormt op de vertraagde nakoming en de aanspraken op vervangende en aanvullende) schadevergoeding onverlet laat. Voor her subsidiaire standpunt verwijst zij naar artikel 6:94 lid 2 BW Pro.
( [5] )
( [6] )Ter onderbouwing van dat oordeel wijst het hof erop dat partijen in hun koopovereenkomst hebben voorzien in de toepasselijkheid van de gebruikelijke bepalingen bij koop en verkoop van soortgelijke onroerende zaken (rov. 25), dat die gebruikelijke bepalingen – zoals de NVM-voorwaarden en de door de KNB gehanteerde algemene voorwaarden – een afwijking van artikel 6:92 lid 2 BW Pro inhouden in die zin dat schade uitgaande boven het boetebeding ook voor vergoeding in aanmerking komt (rov. 24), en dat, gelet op de beperkte mate waarin het boetebeding in de koopovereenkomst is geregeld, de overeengekomen gelding van genoemde gebruikelijke voorwaarden zich ook uitstrekt tot het in de koopovereenkomst opgenomen boetebeding (rov. 25).
2.Bespreking van het cassatiemiddel
( [7] )Een en ander betekent dat bij gebreke van een grief tegen het hiervoor genoemde oordeel in de rov. 2.5 en 2.6 of van een alsnog daarop gericht betoog de grenzen van de rechtsstrijd in appel aldus zijn getrokken dat tot die rechtsstrijd niet behoort de vraag of aanspraak op vergoeding van boven het boetenbedrag gelegen schade kan verkregen, omdat partijen – direct of indirect, nl. via het afspreken van de gelding van gebruikelijke bepalingen – zijn overeengekomen om in dat opzicht van artikel 6:92 lid 2 BW Pro af te wijken.