Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof met betrekking tot de opgelegde straf op onbegrijpelijke wijze heeft overwogen dat het hof is gebleken dat deze overval in en rond Moerkapelle grote maatschappelijke onrust teweeg heeft gebracht mede vanwege het tragische gegeven dat de mededader [medeverdachte] aan de gevolgen van een val tijdens de overval is komen te overlijden, nu deze specifieke omstandigheid blijkens de processen-verbaal van de terechtzittingen in eerste aanleg en in hoger beroep niet aan de orde is gekomen.
rechtstreeksuit de stukken of uit het onderzoek ter terechtzitting voortvloeit, mag de rechter binnen deze grens evenwel ook rekening houden met andere factoren. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan factoren die verband houden met de ernst van het feit, zoals de ingetreden gevolgen van dat feit. Geen rechtsregel belet de rechter daarbij ook de (algemene) gevoelens van onveiligheid die als gevolg van een delict bij anderen dan de direct betrokkenen zijn veroorzaakt te betrekken. Het oordeel van het hof dat door het feit grote maatschappelijke onrust is ontstaan in en rond Moerkapelle en dat die onrust mede is veroorzaakt door het feit dat één van de daders bij die overval is overleden, kan verder - als van feitelijke aard - in cassatie niet met vrucht worden bestreden. [4] De strafoplegging is ook voor het overige toereikend gemotiveerd. Verbazing wekt de opgelegde straf immers niet en onbegrijpelijk is de motivering ervan evenmin.