ECLI:NL:PHR:2012:BY6176
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelatingsverzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw
De zaak betreft een verzoeker die een toelatingsverzoek tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) indiende. Zowel de rechtbank Breda als het hof 's-Hertogenbosch wezen dit verzoek af op grond van het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de schuld. De schuld betrof een naheffingsaanslag omzetbelasting en een vergrijpboete die aan verzoeker waren opgelegd vanwege het opzettelijk niet of gedeeltelijk niet betalen van omzetbelasting binnen de gestelde termijnen.
Verzoeker stelde onder meer dat omstandigheden zoals een echtscheiding en een ziekte (kanker in 2009/2010) van invloed waren op zijn situatie, en beriep zich op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro. Het hof oordeelde echter dat deze omstandigheden zich niet voordeden in de periode waarin de schulden waren ontstaan (2005-2009) en dat verzoeker de omstandigheden die bepalend waren voor het ontstaan van de schulden niet onder controle had gekregen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat verzoeker niet te goeder trouw was en dat het beroep op de hardheidsclausule niet opging. Tevens werd vastgesteld dat verzoekers verzoek tot matiging van de naheffingsaanslag en boete als een erkenning van schuld kan worden gezien. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goede trouw.