ECLI:NL:PHR:2012:BY4289
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herstel verzuim aftrek detentietijd in WOTS-zaak bij tenuitvoerlegging gevangenisstraf
In deze cassatieprocedure staat centraal welk verdrag van toepassing is op de tenuitvoerlegging van een Duitse gevangenisstraf in Nederland en de correcte toepassing van aftrek van detentietijd. De Rechtbank Maastricht paste het EG-TUL 1991 toe, terwijl het toepasselijke verdrag het VOGP 1983 is, dat door Duitsland als verzoekende staat is aangewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat het EG-TUL 1991 niet van toepassing is omdat de veroordeelde zich op het moment van het verzoek nog in Duitsland bevond. Het VOGP 1983 biedt wel een grondslag voor overbrenging en tenuitvoerlegging. Tevens wijst de Hoge Raad op de overgangsregeling in het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en de nationale WWETVVS, waarbij de nationale regeling niet volledig aansluit bij het EU-kaderbesluit.
De rechtbank heeft terecht de voorlopige hechtenis in Duitsland in mindering gebracht, maar verzuimd de tijd die de veroordeelde in Nederland in overleveringsdetentie en WOTS-detentie heeft doorgebracht in mindering te brengen. Dit verzuim leidt tot een onjuiste strafrechtelijke positie van de veroordeelde. De Hoge Raad herstelt dit verzuim en beveelt de juiste aftrek toe te passen, waarmee de strafrechtelijke positie van de veroordeelde wordt gecorrigeerd.
Uitkomst: Hoge Raad herstelt verzuim en beveelt aftrek van detentietijd in Nederland bij tenuitvoerlegging gevangenisstraf.