ECLI:NL:PHR:2012:BY3954
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen uitspraak administratieve rechter over sociale voorzieningen KNIL
Eiser verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om sociale voorzieningen op grond van het dienstverband van zijn vader bij het voormalige KNIL. De minister wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank, die zich bevoegd achtte en het beroep ongegrond verklaarde. Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat hoewel het beroep uitdrukkelijk als cassatieberoep is ingediend en formeel de Hoge Raad bevoegd is om een beslissing te geven, materieel de Hoge Raad niet bevoegd is om kennis te nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de rechtbank als administratieve rechter. Artikel 78 lid 2 RO Pro sluit cassatieberoepen tegen dergelijke uitspraken uit, tenzij bij wet anders is bepaald, wat hier niet het geval is.
Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad bespreekt niet de inhoudelijke argumenten van eiser, maar benadrukt dat het Reglement van inwendige dienst van de Hoge Raad geen grondslag biedt voor materiële bevoegdheid. De uitspraak bevestigt de beperkte rol van de Hoge Raad in bestuursrechtelijke cassatiezaken tegen administratieve uitspraken van rechtbanken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan materiële bevoegdheid van de Hoge Raad.