ECLI:NL:PHR:2012:BY3284
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen hoorplicht rechter-commissaris bij hoger beroep tegen curatorbesluit in faillissement
In deze zaak gaat het om twee samenhangende cassatieberoepen betreffende het beheer van een faillissementsboedel. Verzoeker tot cassatie was failliet verklaard en betwistte de verkoop van een dubbele woning door de curator aan een huurder, omdat hij de koopprijs te laag achtte en de uitvoering van de koopovereenkomst wilde verhinderen.
De curator had de rechter-commissaris om toestemming gevraagd voor de verkoop, welke toestemming was verleend. Verzoeker richtte zich tot de rechter-commissaris en de rechtbank met verzoeken om de curator te verbieden medewerking te verlenen aan de levering, maar deze verzoeken werden afgewezen. Verzoeker ging in hoger beroep tegen deze beslissingen, die door de rechtbank werden bekrachtigd zonder dat de rechter-commissaris werd gehoord.
Verzoeker stelde in cassatie dat de rechtbank verplicht was de rechter-commissaris te horen op grond van artikel 65 Faillissementswet Pro (Fw). De Hoge Raad verwierp dit verweer. Volgens de Hoge Raad geldt de hoorplicht van artikel 65 Fw Pro niet in hoger beroep tegen een schriftelijke beschikking van de rechter-commissaris krachtens artikel 69 Fw Pro, omdat de rechtbank al kennis neemt van de mening van de rechter-commissaris uit de bestreden beschikking zelf.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep in beide zaken. Hiermee is bevestigd dat de procedurele rechten van de curator en rechter-commissaris in hoger beroep tegen hun schriftelijke besluiten anders zijn dan in eerste aanleg, en dat de rechtbank niet verplicht is de rechter-commissaris opnieuw te horen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de rechtbank in hoger beroep tegen een schriftelijke beschikking van de rechter-commissaris niet verplicht is deze te horen.