ECLI:NL:PHR:2012:BY2006
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake waardebepaling woonwagen bij verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Deze zaak betreft het cassatieberoep van een vrouw tegen een beschikking van het hof 's-Gravenhage over de waardebepaling van een koopwoonwagen inclusief standplaats in het kader van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap bij echtscheiding.
De vrouw klaagt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet onverkort is uitgegaan van de door een taxatiebureau genoemde waarde van € 60.000,-, terwijl de man slechts verklaringen had ingebracht zonder onderbouwde taxatierapporten. Het hof heeft echter een middenweg gekozen tussen een laag bedrag van € 7.200,- en het hoge bedrag van € 60.000,-, waarbij het rekening hield met afschrijving en de standplaats.
De Procureur-Generaal heeft geconcludeerd dat de middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat zij berusten op een verkeerde lezing van de bestreden beslissing of gericht zijn tegen een begrijpelijk oordeel van feitelijke aard. De Hoge Raad volgt dit advies en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a RO.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gegrondheid.