ECLI:NL:PHR:2012:BY0592
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoepen inzake ontheffing ouderlijk gezag
Deze zaken betreffen cassatieberoepen tegen beslissingen van het hof waarin ontheffing van het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen werd bekrachtigd. De verzoekers tot cassatie, waaronder de ouders, stelden dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met verbeterde contacten en de voorkeur van de kinderen voor hereniging met de ouders.
Het hof baseerde zijn oordeel op eerdere rechtbankuitspraken en rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming, die dezelfde informatie bevestigden. De klachten van de verzoekers richtten zich vooral op de feitelijke waardering van deze gegevens, hetgeen volgens de Hoge Raad niet in cassatie kan worden herbeoordeeld.
De Procureur-Generaal adviseerde daarom om de verzoekers niet-ontvankelijk te verklaren op grond van art. 80a RO, omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad volgde dit advies en wees de cassatieberoepen af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO.