ECLI:NL:PHR:2012:BX9531
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling eigenaar voor snelheidsovertreding door onbekende bestuurder ondanks detentie
Verdachte werd veroordeeld voor een snelheidsovertreding op 9 april 2007 op de Rijksweg A12 te Utrecht, waarbij een onbekende bestuurder van zijn voertuig met kenteken [AA-00-BB] de maximumsnelheid van 80 km/u met circa 52 km/u overschreed. Verdachte was op dat moment eigenaar van het voertuig en verbleef preventief gedetineerd, waardoor hij niet kon achterhalen wie de bestuurder was.
In hoger beroep voerde verdachte aan dat hij niet de bestuurder was en dat hij niemand toestemming had gegeven om de auto te gebruiken. Hij beriep zich op afwezigheid van alle schuld en overmacht vanwege zijn detentie. De advocaat-generaal en het hof verwierpen dit verweer, stellende dat de eigenaar verantwoordelijk blijft en dat het enkele feit van detentie geen overmachtsituatie oplevert.
Het hof legde een taakstraf op van vijf uur werkstraf, subsidiair twee dagen hechtenis. Het hof motiveerde dat verdachte geen voldoende bewijs had geleverd dat hij redelijkerwijs niet kon voorkomen dat de auto werd gebruikt door een ander. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarbij werd gewezen op de wettelijke regeling in artikel 181 lid 3 onder Pro d WVW 1994 en jurisprudentie dat de eigenaar aansprakelijk blijft tenzij hij kan aantonen dat hij niet kon vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan geen verwijt kan worden gemaakt.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf wegens snelheidsovertreding door een onbekende bestuurder ondanks zijn detentie en wordt niet ontslagen van rechtsvervolging.