1 Verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, PbEG 2001, L 12/1, hierna ook wel aangeduid als EEX-Vo.
2 Zie rov. 1.1 t/m 1.7 van het arrest van het hof 's-Gravenhage van 19 april 2011, alsmede rov. 2.1 t/m 2.4 van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Dordrecht van 13 augustus 2009.
3 Zie ook IER 2009/79, m.nt. S.J. Schaafsma.
4 Zie rov. 5 van het bestreden arrest.
5 Zie ook IER 2011/54, m.nt. FE.
6 Zie rov. 5.3 van het vonnis van de voorzieningenrechter voor het opgelegde bevel tot het sturen van een brief aan alle bedrijfsmatige afnemers van H&M c.s. met het verzoek tot terugzending van de bij deze afnemers nog aanwezige voorraad inbreukmakende spijkerbroeken en rov. 5.6 voor de daarin opgenomen kostenveroordeling.
7 Cassatiedagvaarding, nr. 1.7-1.8.
8 Cassatiedagvaarding, nr. 1.10; zie ook nr. 1.11.
9 Cassatiedagvaarding, nr. 1.12.
10 De beslissing van de bodemrechter is te vinden als productie 30 bij de in hoger beroep genomen akte houdende overlegging producties ten behoeve van pleidooi van 7 februari 2011.
11 Zie HvJEG 27 september 1988, zaak 189/87, Jur. 1988, p. 5565, NJ 1990/425, m.nt. JCS (Kalfelis/Schröder); HvJEG 17 september 2002, zaak C-334/00, Jur. 2002, p. I-7357, NJ 2003/46, m.nt. PV (Tacconi/Wagner).
12 Groene Serie, Burgerlijke Rechtsvordering, EEX-Verordening, art. 5, aant. 17 (P. Vlas).
13 Zie o.a. HvJEG 16 juli 2009, zaak C-189/08, Jur. 2009, p. I-6917, NJ 2011/349, m.nt. Th.M. de Boer, rov. 24 (Zuid-Chemie/Philippo's Mineralenfabriek); HvJEU 25 oktober 2011, gevoegde zaken C-509/09 en C-161/10, NJ 2012/224, m.nt. M.V. Polak (eDate Advertising/X; Martinez/MGN); HvJEU 19 april 2012, zaak C-523/10, NJ 2012/403, m.nt. M.V. Polak (Wintersteiger/Products 4U Sondermaschinenbau).
14 HvJEG 7 maart 1995, zaak C-68/93, Jur. 1995, p. I-415, NJ 1996/269, m.nt. ThMdB, rov. 20-21 (Shevill/Presse Alliance).
15 L. Strikwerda, Inleiding tot het Nederlandse Internationaal Privaatrecht, 2012, tiende druk, p. 252; vgl. HvJEG 19 september 1995, zaak C-364/93, Jur. 1995, p. I-2719, NJ 1997/52, m.nt. ThMdB (Marinari/Lloyd's Bank). Zie ook het aangehaalde arrest van HvJEG 16 juli 2009, zaak C-189/08 (Zuid-Chemie/Philippo's Mineralenfabriek), waarin is gepreciseerd dat de plaats waar de schade is ingetreden, de plaats is waar het feit dat aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad kan meebrengen schade heeft veroorzaakt (rov. 26).
16 HvJEG 7 maart 1995, C-68/93, Jur. 1995, p. I-415, NJ 1996/269, m.nt. ThMdB, rov. 20-21 (Shevill/Presse Alliance).
17 HvJEU 25 oktober 2011, gevoegde zaken C-509/09 en C-161/10, NJ 2012/224, m.nt. M.V. Polak (eDate Advertising/X; Martinez/MGN), rov. 51. Zie ook A.A.H. van Hoek, eDate advertising: de Europese oplossing voor het probleem van 'libel tourism'?, AA 2012, p. 653-664; voorts M.V. Polak, Internationaal privaatrecht: vangnet voor het Internet, preadvies NJV 1998, p. 108-109.
18 HvJEU 19 april 2012, zaak C-523/10, NJ 2012/403, m.nt. M.V. Polak (Wintersteiger/Products 4U Sondermaschinenbau), rov. 24 en 25.
19 Zie PbEU 2012, C 174/19. Het verwijzingsarrest van de Cour de cassation dateert van 5 april 2012, zaaknr. 10-15.890 (Première chambre civile) en is gepubliceerd op www.courdecassation.fr/jurisprudence.
20 Zie hierover in het algemeen: S.J. Schaafsma, Intellectuele eigendom in het conflictenrecht, diss. Leiden, 2009.
21 Zie de toelichting op grief III, MvG, p. 7 onder verwijzing naar punt 22 van de pleitnotities van H&M c.s.
22 Zie ook repliek in cassatie zijdens H&M, punt 22: 'H&M heeft een zelfstandig belang bij dit middel, nu de beslissing waartegen het zich richt, ten principale de (onjuiste) bevoegdheid(soverwegingen) van het hof inzake de vordering van G-Star, gebaseerd op het Gemeenschapsmerk aan de orde stelt. Niet terzake doet in dat verband dat het hof deze vordering - terecht - heeft afgewezen'.
23 Vgl. HR 30 mei 2008, LJN BC2153, NJ 2008/556 m.nt. E.J. Dommering, rov. 4.5.1 alsmede conclusie A-G Verkade, nr. 4.5, voor HR 2 september 2011, LJN BQ3894, RvdW 2011/1049.
24 Rov. 2.3 luidt als volgt: '[betrokkene 1] heeft in augustus-oktober 1995 in opdracht van G-Star een spijkerbroek ontworpen. In een overeenkomst gedateerd 20 december 1995 staat dat [betrokkene 1] en zijn besloten vennootschap Depeche B.V. het auteursrecht met betrekking tot deze broek aan G-Star overdragen. De broek is voor het eerst in maart 1996 onder de naam 'Elwood' op de markt gebracht'.
25 Zie ook de toelichting op de desbetreffende grief.
26 Cassatiedagvaarding, nr. 5.3 en 5.4 (en in wezen ook het eerste deel van 5.5 alsmede 5.10 t/m 5.12).
27 Cassatiedagvaarding, nr. 5.5 en 5.6.
28 Cassatiedagvaarding, nr. 5.7.
29 Cassatiedagvaarding, nr. 5.8.
30 Cassatiedagvaarding, nr. 5.9.
31 Cassatiedagvaarding, nr. 5.13 e.v.