ECLI:NL:PHR:2012:BX8362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid van niet schriftelijk overeengekomen rente bij geldlening
In deze zaak stond een geschil centraal over de geldlening van €3.500,- met een rentevergoeding van 7,8% per maand en aanvullende leningen na 25 maart 2005. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van het verschuldigde bedrag inclusief rente. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de rentevergoeding niet schriftelijk was vastgelegd, waardoor op grond van artikel 7A:1804 en 7A:1805 BW alleen wettelijke rente verschuldigd is.
Eiser stelde in cassatie dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden door de feitelijke grondslag aan te vullen en een verrassingsbeslissing te geven. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het vormvoorschrift van schriftelijke vastlegging van de rente een dwingende regel is, waarvan niet-inachtneming leidt tot nietigheid van de renteovereenkomst.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht heeft vastgesteld dat geen schriftelijke overeenstemming bestond over een rentepercentage van 10% per jaar, ondanks dat partijen dit redelijk achtten. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest stand hield.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de rentevergoeding is nietig wegens ontbreken van schriftelijke vastlegging en alleen wettelijke rente is verschuldigd.