ECLI:NL:PHR:2012:BW9975
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt ontslag van rechtsvervolging wegens onjuiste toetsing afwezigheid van alle schuld bij verkeersongeval
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994, nadat hij met zijn auto een boom had geraakt waarbij een inzittende letsel opliep. Het hof stelde vast dat verdachte een verkeersfout had gemaakt door met zijn rechtervoorband de stoeprand te raken, maar kon niet vaststellen of verdachte het ongeval had kunnen vermijden. Daarom nam het hof afwezigheid van alle schuld aan.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad oordeelde dat bij een beroep op een strafuitsluitingsgrond zoals afwezigheid van alle schuld de rechter de feitelijke grondslag daarvan voldoende aannemelijk moet achten en dat de last niet uitsluitend bij verdachte mag liggen. Het hof had deze toets niet correct toegepast.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onterecht had geoordeeld dat verdachte geen verwijt kon worden gemaakt, terwijl het hof niet had kunnen vaststellen of verdachte het ongeval had kunnen vermijden. Hierdoor had het hof een onjuiste maatstaf gehanteerd voor afwezigheid van alle schuld.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging. De zaak zal opnieuw inhoudelijk worden behandeld in het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.