ECLI:NL:PHR:2012:BW9231
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid uitsluiting KPN bij aanbesteding Overheidstelecom 2010 wegens OPTA-overtreding
In deze zaak gaat het om de vraag of de Staat KPN terecht heeft uitgesloten van de aanbesteding Overheidstelecom 2010 (OT2010) voor het cluster Vast, nadat OPTA een overtreding van KPN had vastgesteld. KPN had een lagere WLR-actietariefregeling niet tijdig aan concurrenten bekendgemaakt, wat volgens OPTA een schending van de non-discriminatieverplichting vormde. De Staat trok daarop het voornemen tot gunning aan KPN in en wilde de opdracht aan Tele2 gunnen.
KPN stelde dat zij ten onrechte was uitgesloten, omdat de eis om te voldoen aan de vigerende regelgeving niet als uitsluitingsgrond in de aanbestedingsdocumenten was opgenomen en het gesloten stelsel van uitsluitingsgronden dit niet toestaat. De voorzieningenrechter en het hof oordeelden dat KPN ten onrechte was uitgesloten, mede omdat de eis om te voldoen aan de vigerende regelgeving in hoofdstuk 4 van het Beschrijvend Document niet als uitsluitingsgrond was geformuleerd.
De Hoge Raad bevestigt dat uitsluitingsgronden limitatief in de aanbestedingsdocumenten moeten zijn opgenomen en dat het niet voldoen aan toekomstige of actuele regelgeving niet zonder meer tot uitsluiting mag leiden. Ook het transparantiebeginsel en gelijkheidsbeginsel vereisen dat inschrijvers vooraf duidelijkheid hebben over uitsluitingsgronden. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de inschrijving van KPN ten onrechte terzijde is gelegd en dat het voornemen om de opdracht aan Tele2 te gunnen niet in stand kan blijven. Latere ontwikkelingen leidden tot intrekking van de inschrijving van KPN en heraanbesteding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat KPN ten onrechte is uitgesloten van de aanbesteding en dat het voornemen om de opdracht aan Tele2 te gunnen niet in stand kan blijven.