ECLI:NL:PHR:2012:BW8366
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aftrekbaarheid afwaardering onzakelijke lening en toepassing art. 13ca Wet Vpb
De belanghebbende verstrekte medio 2001 een lening van fl. 750.000 (€ 340.335) aan N B.V., een doorstartende vennootschap waarin zij indirect een belang had. De lening kende een rente van 6,25% per jaar, maar vanwege liquiditeitsproblemen werd tot eind 2002 geen rente berekend. In 2003 werd de lening afgewaardeerd met € 295.335 vanwege de slechte financiële situatie van N.
De Inspecteur schrapte deze afwaardering omdat hij de lening onzakelijk achtte. De Rechtbank Haarlem oordeelde dat de lening wel zakelijk was, maar het Hof Amsterdam stelde in hoger beroep dat de lening onzakelijk was en dat de afwaardering niet ten laste van de winst kon worden gebracht. Het Hof overwoog ook dat toepassing van art. 13ca Wet Vpb niet mogelijk was wegens het ontbreken van concrete onderbouwing van een waardedaling van de deelneming en de verstreken navorderingstermijn.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof omdat het Hof niet heeft onderzocht of een onafhankelijke derde de lening onder dezelfde voorwaarden zou hebben verstrekt, zoals vereist volgens HR BNB 2012/37. De zaak wordt terugverwezen voor nader feitelijk onderzoek. De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de fiscale kwalificatie van het niet-aftrekbare afwaarderingsverlies op een onzakelijke lening, waarbij verschillende opvattingen in de literatuur worden besproken. De conclusie is dat het verlies geen informele kapitaalinbreng is, maar onderdeel van de kostprijs van de deelneming en dat de afwaardering tijdelijk aftrekbaar kan zijn onder art. 13ca Wet Vpb.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de zakelijkheid van de lening en toepassing van art. 13ca Wet Vpb.