ECLI:NL:PHR:2012:BW8308
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vaststelling inkomensschade bij onteigening en redelijkheid bedrijfsoverplaatsing
In deze onteigeningszaak staat de vaststelling van de inkomensschade centraal. De rechtbank Utrecht had geoordeeld dat een redelijk handelend ondernemer, zoals eiser, bij onteigening zou kiezen voor verplaatsing van zijn bedrijf naar een vervangend perceel in de nabijheid tegen een prijs van € 100 per m², en niet naar het duurdere plangebied Bedrijfsterrein Oudenrijn. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat een schadeloosstelling gebaseerd moet zijn op een concreet en reëel uitzicht op verkrijging van een perceel tegen de gehanteerde prijs. Speculatie over duurdere locaties is niet toelaatbaar.
De deskundigen hadden drie scenario's uitgewerkt: herinrichting van het overblijvende terrein, verplaatsing naar een vergelijkbaar perceel in de nabijheid, en verplaatsing naar een perceel met ruimere bestemming in Oudenrijn. De rechtbank volgde de deskundigen grotendeels, maar verhoogde de oppervlakte van het te verwerven perceel met 245 m², omdat dit deel volgens eiser wel degelijk voor bedrijfsactiviteiten werd gebruikt. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank dit oordeel voldoende heeft gemotiveerd.
Eiser had aangevoerd dat het niet mogelijk was een betaalbaar perceel buiten Oudenrijn te verkrijgen, maar kon dit niet met voldoende bewijs onderbouwen. De Hoge Raad stelt dat het risico van het niet kunnen vinden van een vervangend perceel tegen de gehanteerde prijs niet bij de onteigende mag worden gelegd, tenzij er een concreet en reëel uitzicht ontbreekt. De mogelijkheid tot reconstructie op eigen terrein blijft ook een reëel alternatief. Het principaal en incidenteel cassatieberoep worden verworpen, waarmee het vonnis van de rechtbank in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling zoals vastgesteld door de rechtbank blijft ongewijzigd.