ECLI:NL:PHR:2012:BW8301
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg importeursbegrip en thuiskopieheffing bij buitenlandse onderneming
Deze zaak betreft de uitleg van artikel 16c van de Auteurswet in het licht van Richtlijn 2001/29/EG over de thuiskopieheffing. De Hoge Raad stelt vast dat de richtlijn een resultaatsverplichting oplegt aan lidstaten om te garanderen dat rechthebbenden billijke compensatie ontvangen voor privékopieën van beschermde werken.
De kernvraag is of een in het buitenland gevestigde onderneming, die via Nederlandse websites blanco informatiedragers verkoopt en deze naar Nederlandse afnemers verzendt, als importeur in Nederland kan worden aangemerkt en daarmee verplicht is tot betaling van de thuiskopieheffing. De Hoge Raad volgt het Hof van Justitie van de EU in het oordeel dat de eindgebruiker in beginsel schuldenaar is, maar dat lidstaten mogen bepalen dat de vergoeding wordt geïncasseerd bij de personen die de apparaten of informatiedragers ter beschikking stellen.
De Hoge Raad oordeelt dat een strikt taalkundige uitleg van 'importeur' tot een onverenigbaar resultaat met de richtlijn leidt. Een economische uitleg waarbij wordt gekeken naar wie bedrijfsmatig de goederen op de Nederlandse markt brengt, is passend. Op grond van de feiten is Opus GmbH als importeur aan te merken. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling van de vorderingen en bestuurdersaansprakelijkheid.
De uitspraak benadrukt het belang van richtlijnconforme uitleg van nationale wetgeving en de noodzaak om effectieve compensatie van auteursrechthebbenden te waarborgen, ook bij grensoverschrijdende verkoop via internet.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat Opus GmbH als importeur moet worden aangemerkt en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar een ander gerechtshof.