ECLI:NL:PHR:2012:BW6664

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03737 E
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7b WoningwetArt. 2 Wet milieugevaarlijke stoffenArt. 359 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling voor illegale sloop asbesthoudend dak zonder vergunning

Verdachte werd veroordeeld voor het zonder vergunning slopen van een dak dat asbesthoudend materiaal bevatte, gelegen aan een schuur te Tuitjenhorn. Hij voerde aan dat het dak asbestvrij was omdat zijn vader het asbest in de jaren negentig had verwijderd en dat hij de gemeente hierover had geïnformeerd. Tevens stelde hij dat een ander de sloopvergunningaanvraag had verzorgd en dat het asbesthoudende materiaal mogelijk van een buurman afkomstig was.

In hoger beroep bracht verdachte nieuwe argumenten en een getuige aan die verklaarde dat het sloopmateriaal was afgevoerd als asbesthoudend afval vanwege de procedure bij de afvoer, niet omdat het daadwerkelijk asbest was. Desondanks oordeelde het hof dat het bewijs, waaronder foto’s en het ontbreken van een asbestvrij rapport, overtuigend was dat het gesloopte dak asbest bevatte.

De Hoge Raad stelde vast dat het hof de verwerping van het verweer van verdachte voldoende had gemotiveerd en dat de motivering niet hoefde te voldoen aan de bijzondere redenen van artikel 359 lid 2 Sv Pro, omdat het hof ook nieuwe argumenten in hoger beroep had overwogen. De zaak werd vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde behandeling door het hof, zonder dat de Hoge Raad zelf inhoudelijk op de zaak inging.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor hernieuwde behandeling door het hof.

Conclusie

Nr. 10/03737
Mr. Machielse
Zitting 13 maart 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Op 3 augustus 2010 heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de economische politierechter te Alkmaar van 11 september 2008, waarbij verdachte is veroordeeld voor 1. Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 7b, tweede lid, aanhef en onder d van de Woningwet, opzettelijk begaan, en 2. Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2 van Pro de Wet milieugevaarlijke stoffen, opzettelijk begaan, bevestigd behoudens wat betreft de strafoplegging en de motivering daarvan. Het hof heeft aan verdachte een boete van € 3000 opgelegd.
2. Mr. H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, heeft cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.
3.1. Het eerste middel betreft de stelling van verdachte dat het gesloopte dak geen asbesthoudend materiaal bevatte. Dat verweer is in eerste aanleg gevoerd, maar is in hoger beroep nog nader onderbouwd doordat verdachte een brief van zijn vader heeft overgelegd ter ondersteuning van zijn standpunt en omdat ter terechtzitting in hoger beroep de meegebrachte getuige [betrokkene 2] eveneens heeft verklaard ten gunste van verdachte. Onder deze omstandigheden had het hof niet kunnen volstaan met een bevestiging van het vonnis.
3.2. De bevestigde bewezenverklaring houdt in dat:
"1. hij in de periode van 1 november 2007 tot en met 22 januari 2008, te Tuitjenhorn, gemeente Harenkarspel, opzettelijk zonder (sloop-)vergunning van burgemeester en wethouders van de gemeente Harenkarspel een dak (bestaande uit asbesthoudend materiaal) behorende bij een schuur, gelegen aan de [a-straat 1] van ongeveer 120 vierkante meter, zijnde een (gedeelte van een) bouwwerk heeft gesloopt, terwijl dit slopen mede betrof het verwijderen van asbest;
2. hij in de periode van 1 november 2007 tot en met 22 januari 2008, teTuitjenhorn, gemeente Harenkaspel, als degene die anders dan in uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk een dak bestaande uit asbesthoudend materiaal, behorende bij een schuur, gelegen aan de [a-straat 1], althans een bouwwerk of object geheel of gedeeltelijk heeft afgebroken of uit elkaar heeft genomen of heeft doen afbreken of uit elkaar heeft doen nemen, niet heeft beschikt over een asbestinventarisatierapport ten aanzien van dat dak, althans dat bouwwerk of object, terwijl hij wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat zich in het dak, althans dat bouwwerk of object asbest of een asbesthoudend product bevond."
3.3. Ter terechtzitting van de economische politierechter heeft verdachte verklaard dat er op de schuur ooit een dak met asbest heeft gelegen maar dat dat asbest door zijn vader in de jaren '90 is gesaneerd. Zijn vader zou dat asbest in 1998 in het kader van een asbestinleveractie van de WLTO in samenwerking met de gemeente hebben ingeleverd. Het asbest heeft een aantal jaren op het terrein gelegen. Verdachte heeft een bon getoond die afkomstig zou zijn van de toenmalige voorzitter van de WLTO. Voorts heeft verdachte nog verklaard:
"U vraagt mij waarom ik dit niet tegen de politie heb gezegd. Ik was overbluft en ben dichtgeklapt. Ik was geïntimideerd doordat er opeens drie mannen op mijn pad stonden. Ik heb wel tegen de politie verteld over het meedoen aan de inleveractie.
Het dak, waar dus geen asbest in zat, is in december 2007 gesloopt. Toen ik de sloopvergunning aanvroeg, zat het dak er nog op.
U houdt mij voor dat bij de aanvraag voor een sloopvergunning bij vraag 10 'zal er naar verwachting asbesthoudend sloopafval vrijkomen?' het antwoord 'ja' is aangekruist en u wijst op de brief van de gemeente Harenkarspel van 29 november 2007 waarin over asbest wordt gesproken. Ik zeg u dat ik in de tussentijd tussen de aanvraag van de sloopvergunning en het slopen aan [betrokkene 3] van de gemeente heb laten weten dat het dak geen asbest bevatte. Ik heb de aanvraag voor de sloopvergunning door een derde laten doen. Ik heb zelf alleen een handtekening gezet. Dat is fout geweest. Ik heb tegen [betrokkene 3] gezegd dat er geen asbest op het dak zat en dat er dus geen vergunning nodig was. Ik heb hier geen reactie op gekregen. Uiteindelijk heb ik toch een vergunning gekregen, zonder een asbestinventarisatierapport te hebben ingeleverd. Die vergunning heb ik in mei van dit jaar gekregen, toen het dak er al af was. Ik vind het vreemd dat de gemeente eerst twee keer om een rapport vraagt en later een vergunning afgeeft, zonder dat er een rapport is overgelegd.
De officier van justitie wijst erop dat er bij de schuur een stukje materiaal is aangetroffen dat asbest bleek te bevatten. Zo'n stukje kun je bij elk pand wel vinden. Het kan net zo goed van de buurman afkomstig zijn. Ik zou wel eens willen weten waar dat stukje is gevonden. U toont mij de foto op pagina 13 van het dossier waarop met een pijl de vindplaats is aangegeven. Ik ontken ten stelligste dat het stukje van mijn schuur afkomstig was.
Ik heb alleen maar het dak verwijderd dat mijn vader op de schuur gezet heeft en dat was asbestvrij. Mijn vader heeft geen factuur meer van dat nieuwe dak.
De officier van justitie vraagt mij waarom iemand anders de vergunningaanvraag heeft gedaan. Ik had daar zelf geen tijd voor. De aanvraag is verzorgd door een vriend van mijn broer. Die persoon is constructietekenaar, geen asbestdeskundige. Het gaat bij de vraag of er asbesthoudend sloopafval te verwachten is om een inschatting. Het antwoord op die vraag in de vergunningaanvraag had 'nee' moeten zijn in plaats van 'ja'.
De platen die ik van het dak af heb gehaald, zijn gestort bij Holland Collect. Ik heb er geen verklaring voor dat op de weegbon staat dat de platen zijn ingenomen als asbest. Ik heb ze niet zelf weggebracht. Ze zijn weggebracht door een vriend van mij. Ik mag namelijk zelf niet met de aanhangwagen rijden en bovendien had ik het erg druk, want in de periode half november-december moeten de tulpen de grond in.
Op vragen van de officier van justitie antwoord ik dat ik het dak zelf gesloopt heb."
3.4. Ter terechtzitting van het gerechtshof heeft verdachte herhaald dat zijn vader begin jaren '90 het dak van de schuur heeft vernieuwd en het asbest in 1998 heeft ingeleverd. Verdachte heeft op zijn beurt het dak dat zijn vader er indertijd op heeft gelegd in 2007 weer gesloopt. Ook heeft verdachte herhaald dat een ander de aanvraag voor de sloopvergunning heeft opgemaakt. Het door verdachte afgebroken dak bestond uit golfplaten. Als dat soort materiaal wordt gestort gaat de innemende instantie ervan uit dat het asbest bevat. Voorts heeft verdachte nogmaals verklaard dat hij de gemeente heeft gebeld en heeft gezegd dat het dak begin jaren '90 was vervangen. Verdachte heeft aan de gemeente doorgegeven dat het dak geen asbest meer bevatte. Hij heeft een brief van zijn vader van 17 juli 2010 ter ondersteuning van zijn standpunt aan het hof overgelegd. Het hof heeft de meegebrachte getuige [betrokkene 2] gehoord. Deze heeft verklaard dat hij het dak dat verdachte van de schuur had afgesloopt heeft weggebracht naar Holland Collect. De getuige wist niet om wat voor materiaal het ging. Op de bon is vermeld dat het om asbest ging omdat de medewerkers van Holland Collect zeiden dat het als asbest afgevoerd moest worden als niet kon worden aangetoond dat er geen asbest inzat.
3.5. Het hof heeft ook de in het vonnis van de economische politierechter opgenomen nadere bewijsoverweging bevestigd, welke bewijsoverweging is opgenomen ter weerlegging van het door verdachte gevoerde verweer. Deze bewijsoverweging luidt aldus:
"Verdachte heeft gesteld dat het door hem gesloopte dak van de schuur op het perceel [a-straat 1] te Tuitjenhorn geen asbest bevatte en dat de oorspronkelijke asbesthoudende dakplaten reeds in de jaren negentig van de vorige eeuw waren afgevoerd
De economische politierechter acht deze stelling niet aannemelijk gemaakt. Het door verdachte ter terechtzitting getoonde document is onvoldoende eenduidig om zijn stelling te onderbouwen. Daar komt bij dat verdachte geen factuur voor het nieuwe (asbestvrije) dak heeft kunnen tonen, terwijl verdachte ook geen stuk van het door hem gesloopte dak heeft bewaard om de economische politierechter van zijn gelijk te overtuigen.
Bovendien draagt het feit dat verdachte eerst ter zitting met zijn verweer is gekomen en bij gelegenheid van zijn verhoor door de politie kennelijk onwillig is geweest om enige informatie over het slopen van het dak te verschaffen, niet bij aan de geloofwaardigheid van de lezing van verdachte.
Op grond van de hierboven reeds aangehaalde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, acht de economische politierechter wettig en overtuigend bewezen dat het door verdachte gesloopte dak asbest bevatte."
3.6. Verdachte heeft aldus zijn in eerste aanleg gehouden verweer kracht bijgezet door het aanvoeren van nieuwe argumenten. Verdachte heeft immers een brief van zijn vader over de gang van zaken in de negentiger jaren van de vorige eeuw overgelegd ter ondersteuning van zijn standpunt. Voorts heeft verdachte een getuige aangebracht die het sloopmateriaal dat vrijkwam bij de tweede sloop van het dak naar Holland Collect heeft vervoerd en die uitleg heeft gegeven over de achtergrond van de vermelding dat het om asbesthoudend afval zou gaan. Aldus heeft verdachte in hoger beroep nieuwe argumenten aangevoerd waardoor de appelrechter gehouden was op het verweer alsnog zelfstandig uitdrukkelijk en gemotiveerd te beslissen.(1) Ik benadruk in dit verband nog dat de economische politierechter en in zijn voetsporen het hof wel erg strenge eisen stelt aan verdachte door te verwachten dat hij een stuk van het door hem gesloopte dak zal bewaren om de rechter van zijn gelijk te overtuigen.
Het middel is terecht voorgesteld.
4.1. Het tweede middel klaagt dat het hof niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die hebben geleid tot afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van verdachte dat het door hem gesloopte dak geen asbest bevat.
4.2. Het hof heeft echter de verwerping van dit verweer door de economische politierechter overgenomen en aldus dit verweer gemotiveerd verworpen. Daarom is formeel voldaan aan de eisen van het tweede lid van artikel 359 Sv Pro.
Dit middel faalt.
5. Het eerste middel lijkt mij terecht te zijn voorgesteld, hetgeen tot vernietiging van het bestreden arrest behoort te leiden. Ambtshalve heb ik overigens geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR 25 november 2003, LJN AM0244, rov. 3.8.