ECLI:NL:PHR:2012:BV9215
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens schending ne bis in idem-beginsel bij dubbele veroordeling voor dezelfde overtreding
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis waarbij de verdachte tweemaal onherroepelijk is veroordeeld voor dezelfde overtreding van artikel 8, tweede lid, onder a van de Wegenverkeerswet 1994, gepleegd op 25 juli 2010 te Purmerend. De eerste veroordeling vond plaats bij vonnis van 4 februari 2011 en de tweede bij vonnis van 29 april 2011, beide door de Politierechter te Haarlem.
De aanvrage tot herziening is ingediend namens de verdachte met het argument dat sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel, neergelegd in artikel 68 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Uit het dossier blijkt dat dezelfde feiten ten grondslag lagen aan beide veroordelingen en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard bij de tweede vervolging.
De Hoge Raad concludeert dat de herzieningsaanvraag gegrond is omdat de tweede Politierechter niet op de hoogte was van de eerdere veroordeling, waardoor het openbaar ministerie ten onrechte is vervolgd. De Hoge Raad kan zelf niet-ontvankelijkheid uitspreken, maar verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en bevestigt daarmee de schending van het ne bis in idem-beginsel.
Uitkomst: De herzieningsaanvraag wordt gegrond verklaard wegens schending van het ne bis in idem-beginsel, waardoor de vervolging in de tweede zaak niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard.