ECLI:NL:PHR:2012:BV7082
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overschrijding redelijke termijn in cassatieprocedure strafzaak
In deze strafzaak werd verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door meerdere personen. Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest.
Het middel klaagde over een overschrijding van de redelijke termijn, omdat tussen het instellen van het cassatieberoep op 11 januari 2011 en de ontvangst van het dossier bij de Hoge Raad op 19 augustus 2011 meer dan zes maanden waren verstreken. Dit werd erkend, waarbij tevens werd vastgesteld dat verdachte ten tijde van het cassatieberoep gedetineerd was.
De Procureur-Generaal concludeerde echter dat doordat de Hoge Raad de zaak binnen veertien maanden na het instellen van het cassatieberoep afhandelde, de overschrijding van de inzendtermijn voldoende werd gecompenseerd. Hierdoor was er geen sprake van een schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro. Er werd geen aanleiding gezien om de strafoplegging te beïnvloeden en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de overschrijding van de inzendtermijn wordt gecompenseerd door een voortvarende behandeling binnen veertien maanden.