ECLI:NL:PHR:2012:BV2719
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid rechtsbijstandverlener wegens niet informeren over verjaring en stuiting
De zaak betreft een geschil over beroepsaansprakelijkheid van een rechtsbijstandverlener (SR) jegens haar verzekerde ([A]) wegens het niet tijdig wijzen op de tweejarige verjaringstermijn van artikel 7:23 lid 2 BW Pro en de mogelijkheid tot stuiting daarvan.
[A] kocht in 2000 activa en lopende opdrachten van Sano B.V., waarbij Sano een garantieverplichting gaf over de winstgevendheid van de opdrachten. Na het ontdekken van verlies op deze opdrachten startte [A] in 2005 een procedure tegen Sano, die werd afgewezen wegens verjaring. [A] had in 2002 contact gezocht met SR voor rechtsbijstand, maar SR wees niet op de verjaringstermijn en staakte haar werkzaamheden in augustus 2002 wegens uitblijven van reactie van [A].
[A] stelde SR aansprakelijk wegens beroepsfout en vorderde schadevergoeding. De rechtbank wees de vordering af, het hof stelde vast dat SR tekort was geschoten in haar zorgplicht, maar wees aansprakelijkheid af omdat [A] de zaak wilde laten rusten en dus niet tot stuiting zou zijn overgegaan. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel omdat onvoldoende is vastgesteld dat [A] ook bij kennis van de verjaringstermijn niet tot stuiting zou zijn overgegaan. Het hof had moeten oordelen dat SR op de verjaringstermijn en stuiting had moeten wijzen zodat [A] dit in haar besluit kon betrekken.
De Hoge Raad benadrukt dat het nalaten van het advies ertoe heeft geleid dat [A] niet de verjaring en stuiting kon meewegen bij haar besluit de zaak te laten rusten. Zonder duidelijke aanwijzingen dat dit advies niet tot een ander besluit zou leiden, kan geen aansprakelijkheid worden uitgesloten. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug wegens onvoldoende vaststelling dat verzekerde ook bij kennis van verjaring niet tot stuiting zou zijn overgegaan.