ECLI:NL:PHR:2012:BV0609
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging koopovereenkomst ondanks vervallen gemeentelijk voorkeursrecht
In deze zaak stond centraal of een koopovereenkomst nietig verklaard kon worden op grond van artikel 26 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), ook wanneer het gemeentelijk voorkeursrecht ten tijde van het verzoek tot nietigverklaring niet meer bestond. De koopovereenkomst betrof percelen waarop destijds een gemeentelijk voorkeursrecht rustte, maar dit voorkeursrecht werd later met terugwerkende kracht vervallen verklaard.
De Hoge Raad bevestigde dat de beoordeling van de strekking van de rechtshandeling (de koopovereenkomst) moet plaatsvinden op het moment van het verrichten van die rechtshandeling. Het feit dat het voorkeursrecht later vervalt, doet niet af aan de mogelijkheid om de rechtshandeling nietig te verklaren. De bescherming van het voorkeursrecht werkt ex tunc, waardoor de nietigheid terugwerkt tot het moment van de rechtshandeling.
De Hoge Raad verwierp ook het argument dat het voorkeursrecht nog moet gelden op het moment van het verzoek of de rechterlijke beslissing. Daarnaast wees de Hoge Raad een voorgestelde analogie met art. 3:45 BW Pro af, omdat de criteria en tijdstippen van beoordeling verschillen. De uitspraak benadrukt dat de wetgever met art. 26 Wvg Pro de gemeentelijke voorkeurspositie wil beschermen, ook als het voorkeursrecht later vervalt.
Tot slot werd toegelicht dat de figuur van bekrachtiging niet van toepassing is op deze nietige rechtshandeling, en dat de termijn en voorwaarden voor vernietiging in art. 26 lid 2 Wvg Pro vergelijkbaar zijn met die in art. 3:55 BW Pro. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de eerdere uitspraak tot nietigverklaring van de koopovereenkomst werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de nietigverklaring van de koopovereenkomst op grond van art. 26 Wvg.