ECLI:NL:PHR:2012:BU9887

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04678
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens vormverzuim ondertekening advocaat

De zaak betreft een cassatieberoep van een gefailleerde tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem, waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De gefailleerde stelde beroep in cassatie bij de Hoge Raad door middel van een verzoekschrift dat niet was ondertekend door een advocaat die is toegelaten tot de Hoge Raad, zoals vereist volgens artikel 426a lid 1 Rv.

De griffie attendeerde de betrokken advocaat telefonisch op dit vormverzuim, waarna herstel binnen twee weken mogelijk was door een exemplaar van het verzoekschrift alsnog te laten ondertekenen door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit herstel is echter niet verricht.

Op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad (onder meer HR 10 juli 2009, LJN BI0773) leidt het niet tijdig herstellen van dit vormgebrek tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De Hoge Raad volstaat daarom met een verkorte conclusie en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste ondertekening door een advocaat bij de Hoge Raad en het niet tijdig herstellen hiervan.

Conclusie

11/04678
Mr. F.F. Langemeijer
23 december 2011
Conclusie inzake:
[Verzoeker]
tegen
1. [Verweerster 1],
2. [Verweerster 2],
3. [Verweerder 3],
4. [Verweerster 4],
5. [Verweerder 5],
6. [Verweerster 6],
7. [Verweerder 7],
1. In deze zaak wordt volstaan met een verkorte conclusie. Bij vonnis van de rechtbank te Utrecht van 6 september 2011 is [verzoeker] (hierna: de gefailleerde) op verzoek van [verweeder] c.s. in staat van faillissement verklaard.
2. Bij een op 12 september 2011 bij het hof ingekomen verzoekschrift heeft de gefailleerde hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij arrest van 20 oktober 2011 heeft het hof hem niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek in hoger beroep.
3. Bij verzoekschrift, ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 25 oktober 2011, heeft een advocaat die kantoor houdt te Utrecht namens de gefailleerde beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof.
4. Het cassatieverzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv. Het is niet getekend door een advocaat bij de Hoge Raad(1). Dit gebrek kon binnen twee weken worden hersteld door indiening van een exemplaar van hetzelfde verzoekschrift, alsnog getekend door een advocaat bij de Hoge Raad(2). Het verzuim is evenwel niet hersteld. Op deze grond kan de gefailleerde niet worden ontvangen in zijn cassatieberoep.
5. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.
1 Blijkens de rolkaart is de betrokken advocaat op 27 oktober 2011 telefonisch door de griffie op dit vormverzuim geattendeerd.
2 HR 14 oktober 2011 (LJN: BT7586), NJ 2011/479; HR 10 juli 2009 (LJN BI0773), NJ 2010/212 m.nt. H.J. Snijders.