ECLI:NL:PHR:2012:BU7242
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het ondernemerschap van de directeur-grootaandeelhouder en fiscale eenheid in het licht van het arrest Van der Steen
Deze zaak betreft de omzetbelasting en de vraag of een directeur-grootaandeelhouder (dga) als ondernemer kan worden aangemerkt, mede in het kader van de fiscale eenheid. De Hoge Raad bespreekt het arrest Van der Steen van het Hof van Justitie van de EU, waarin werd geoordeeld dat een dga die al zijn werkzaamheden voor zijn eigen vennootschap verricht onder een arbeidsovereenkomst niet als ondernemer wordt beschouwd voor de btw.
De zaak gaat in op de rechtsgevolgen van dit arrest, met name de terugwerkende kracht ervan en de gevolgen voor reeds onherroepelijke beschikkingen en naheffingsaanslagen. De Hoge Raad bespreekt het beginsel van rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel, en hoe deze beginselen de terugwerkende kracht van het arrest kunnen beperken. Tevens wordt ingegaan op de betekenis van de beschikking fiscale eenheid, de materiële en formele voorwaarden voor het bestaan van een fiscale eenheid, en de hoofdelijke aansprakelijkheid van de onderdelen.
Daarnaast wordt uitvoerig stilgestaan bij de fictieve leveringen van goederen bij beëindiging van het ondernemerschap of wijziging van de fiscale eenheid, met name de toepassing van artikel 3, lid 3, onderdelen a en c, van de Wet OB. Diverse auteurs en jurisprudentie worden besproken over de vraag of en hoe deze bepalingen van toepassing zijn op de dga die volgens het arrest Van der Steen geen ondernemer is.
De Hoge Raad bevestigt dat de beschikking fiscale eenheid geen constitutief vereiste is voor het bestaan van de fiscale eenheid, maar wel rechtszekerheid biedt. Ook wordt besproken dat de aansprakelijkstelling van de dga voor btw-schulden van de fiscale eenheid ondanks het ontbreken van ondernemerschap kan plaatsvinden vanwege de formele rechtskracht van beschikkingen. De zaak bevat een uitgebreide analyse van de spanningen tussen Europese rechtspraak, nationale wetgeving en fiscale praktijk.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de beperkte terugwerkende kracht van het arrest Van der Steen en de rechtszekerheid van onherroepelijke beschikkingen fiscale eenheid, met gevolgen voor het ondernemerschap van de dga en de fiscale eenheid.