ECLI:NL:PHR:2012:BU5741

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04954
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 407 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat KLM Aeroclub geen dwangsommen verbeurt bij juiste naleving vonnis

In deze zaak stond centraal of KLM Aeroclub dwangsommen had verbeurd wegens het niet naleven van een rechterlijke veroordeling om eiser in zijn lidmaatschapsrechten te herstellen. De rechtbank had eerder geoordeeld dat KLM Aeroclub dwangsommen verschuldigd was, maar het hof vernietigde dit en stelde dat KLM Aeroclub aan het vonnis had voldaan.

Het hof oordeelde dat KLM Aeroclub meerdere acties had ondernomen, waaronder het informeren van eiser en andere leden via e-mails en het verenigingsblad, en een uitnodiging voor een gesprek. Het hof vond dat eiser medewerking had moeten verlenen aan de uitvoering van het vonnis, met name voor controle van zijn vliegbevoegdheid en informatie over gewijzigde procedures.

De Hoge Raad toetst in cassatie slechts beperkt aan de feitenrechterlijke oordelen en concludeert dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat KLM Aeroclub het vonnis naar behoren heeft uitgevoerd. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en KLM Aeroclub heeft geen dwangsommen verbeurd.

Conclusie

Zaaknr. 10/04954
mr. E.M. Wesseling-van Gent
Zitting: 18 november 2011
Conclusie inzake:
[Eiser]
tegen
KLM Aeroclub
Deze zaak, die handelt over de vraag of verweerster in cassatie, KLM Aeroclub, dwangsommen heeft verbeurd omdat zij de veroordeling om eiser tot cassatie, [eiser], in zijn rechten als lid van de vereniging te herstellen, niet of onvoldoende heeft nageleefd, leent zich voor een verkorte conclusie(1).
1.1 Voor zover van belang heeft de rechtbank te Zwolle-Lelystad bij vonnis van 16 juli 2008 in conventie de vordering van KLM Aeroclub tot een verklaring voor recht dat zij aan de veroordeling van het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 maart 2006 heeft voldaan en geen dwangsommen heeft verbeurd, afgewezen en heeft de rechtbank in reconventie voor recht verklaard dat KLM Aeroclub aan [eiser], een bedrag van € 20.000,- aan dwangsommen is verschuldigd.
1.2 Op het door KLM Aeroclub ingestelde hoger beroep heeft het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden bij arrest van 4 mei 2010 het vonnis van de rechtbank vernietigd en opnieuw rechtdoende verklaard dat KLM Aeroclub de punten II en III van het dictum van het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 maart 2006 naar behoren heeft uitgevoerd en dat er door haar geen dwangsommen zijn verbeurd. Het hof heeft voorts [eiser] veroordeeld het reeds door KLM Aeroclub aan hem betaalde bedrag van € 21.050,18 aan KLM Aeroclub terug te betalen.
1.3 [Eiser] heeft tegen het arrest van 4 mei 2010 - tijdig(2) - cassatieberoep ingesteld.
1.4 Het cassatiemiddel komt in de kern neer op de klacht dat het hof heeft miskend dat de veroordeling van KLM Aeroclub in het eerder gewezen vonnis van 29 maart 2006 een veroordeling was om "iets te doen" en dat het hof om die reden in het bestreden arrest niet heeft kunnen oordelen dat [eiser] medewerking had moeten verlenen.
1.5 Voor zover het middel al aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv Pro. voldoet, faalt het.
Het hof heeft allereerst in rechtsoverweging 11 - in cassatie onbestreden - vastgesteld dat KLM Aeroclub aan het in het vonnis onder III gegeven gebod(3) heeft voldaan en heeft voorts - in cassatie eveneens niet bestreden - overwogen dat de door de rechtbank in het vonnis onder II(4) uitgesproken veroordeling een abstract geformuleerd gebod is dat voor het concrete geval moet worden ingevuld.
Vervolgens heeft het hof in rechtsoverweging 13 geconstateerd welke drie acties KLM Aeroclub naast de voldoening aan het in het vonnis onder III vermelde gebod heeft ondernomen, te weten het verzenden aan [eiser] van berichten die ook aan de andere leden werden verstuurd (e-mails en het verenigingsblad), de mededeling aan [eiser] dat hij weer in zijn rechten was hersteld en de uitnodiging bij brief van 2 april 2006 voor een gesprek.
Volgens het hof kan verder uit de brief van 2 april 2006 worden afgeleid dat KLM Aeroclub de intentie had de tenuitvoerlegging van het vonnis te bespreken (rov. 15) en heeft [eiser] niet althans onvoldoende betwist dat zijn medewerking ter zake van de hervatting van zijn lidmaatschap benodigd was op de punten van controle van zijn vliegbevoegdheid en het informeren omtrent gewijzigde procedures door KLM Aeroclub (rov. 16).
Deze, feitelijke, oordelen brachten het hof in rechtsoverweging 17 tot de conclusie dat van [eiser] mocht worden verwacht dat hij op de uitnodiging van KLM Aeroclub zou ingaan, hetgeen hij echter niet heeft gedaan, en dat KLM Aeroclub onder deze omstandigheden het vonnis van de rechtbank van 29 maart 2006 naar behoren heeft uitgevoerd en geen dwangsommen heeft verbeurd.
1.6 De slotsom waartoe het hof is gekomen is dermate verweven met aan de feitenrechter voorbehouden oordelen dat zij in cassatie slechts zeer beperkt op juistheid kan worden getoetst. Dat KLM Aeroclub in het vonnis zou hebben berust mist feitelijke grondslag evenals de klacht dat het hof zou hebben miskend dat KLM Aeroclub acties had kunnen uitvoeren zonder medewerking van [eiser]. Het oordeel van het hof (zoals hiervoor onder 1.5 samengevat) is daarnaast voldoende begrijpelijk gemotiveerd.
1.7 Aangezien het middel faalt, dient het cassatieberoep te worden verworpen. Dit kan m.i. met toepassing van art. 81 RO Pro.
2. Conclusie
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Zie voor de feiten rov. 3 van het bestreden arrest.
2 De cassatiedagvaarding is op 4 augustus 2010 uitgebracht.oge
3 Dit betreft de veroordeling van KLM Aeroclub om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis schriftelijk dan wel per e-mail aan de leden van de vereniging, waaronder [eiser], mededeling te doen van de nietigverklaring van de ontzetting van [eiser] en van het feit dat hij in zijn rechten als lid wordt hersteld.
4 Dit betreft de veroordeling van KLM Aeroclub om [eiser] te herstellen in zijn rechten als lid van de vereniging.