ECLI:NL:PHR:2012:BU4833
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening bijdrage uit BTW-compensatiefonds bij wijziging gebruik onroerende zaak door gemeente
Deze zaak betreft de vraag of een gemeente die een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds (bcf) heeft ontvangen voor een stadskantoor, verplicht is tot terugbetaling wanneer het gebruik van het pand binnen de herzieningstermijn wijzigt van overheidsactiviteiten naar vrijgestelde ondernemersactiviteiten. De gemeente gebruikte het pand bij ingebruikname voor 93% voor overheidsactiviteiten en ontving een overeenkomstige bijdrage uit het bcf. Later werd een deel van het pand verhuurd met toepassing van de btw-vrijstelling.
De inspecteur stelde op grond van artikel 8 van Pro de Uitvoeringsregeling bcf een herziening vast en vorderde een deel van de bijdrage terug. De rechtbank vernietigde deze beschikking en oordeelde dat artikel 8, lid 4, van de Uitvoeringsregeling bcf herziening uitsluit indien aftrek van omzetbelasting heeft plaatsgevonden en niet kan worden herzien, ook bij verschuiving van gebruik tussen niet-ondernemersactiviteiten en vrijgestelde ondernemersactiviteiten.
De Staatssecretaris stelde cassatie in en voerde aan dat herziening wel mogelijk moet zijn om te voorkomen dat de gemeente meer compensatie ontvangt dan waarop zij recht heeft. De Hoge Raad bevestigde echter de uitleg van de rechtbank dat de wettelijke regeling en de toelichting daarop duidelijk maken dat herziening achterwege blijft in de onderhavige situatie.
De Hoge Raad benadrukte dat de regeling is bedoeld om te voorkomen dat een publiekrechtelijk lichaam meer compensatie ontvangt dan de werkelijk niet-aftrekbare omzetbelasting en dat de beperking van herziening ook geldt bij verschuivingen van gebruik tussen overheidsactiviteiten en vrijgestelde ondernemersactiviteiten. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat herziening van de bijdrage uit het BTW-compensatiefonds achterwege blijft indien aftrek van omzetbelasting heeft plaatsgevonden en niet kan worden herzien.