ECLI:NL:PHR:2011:BV2494
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over premieheffing Nederlandse volksverzekeringen en Belgische solidariteitsbijdrage op overlevingspensioen
Belanghebbende, een Nederlandse weduwe van een Belgische grensarbeider, ontving in 2003 en 2004 een overlevingspensioen uit België waarop een solidariteitsbijdrage werd ingehouden. De Nederlandse inspecteur sloot dit pensioen aan bij het premie-inkomen voor de Nederlandse volksverzekeringen, wat belanghebbende betwistte. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof verkleinde het premie-inkomen met het netto pensioen na solidariteitsbijdrage.
De Hoge Raad onderzoekt of het Belgische overlevingspensioen onder de materiële en personele werkingssfeer van Verordening (EEG) nr. 1408/71 valt en of het exclusiviteitsbeginsel van artikel 13, eerste lid, van toepassing is. De solidariteitsbijdrage wordt als premie voor sociale zekerheid aangemerkt, ook al is deze inhouding achteraf en zonder directe tegenprestatie. Belanghebbende valt als nagelaten betrekking onder de werkingssfeer van de verordening en het exclusiviteitsbeginsel voorkomt dubbele premieheffing.
De Hoge Raad concludeert dat België onterecht de solidariteitsbijdrage heft omdat belanghebbende in Nederland verzekerd is en niet in België. Nederland is exclusief bevoegd premie volksverzekeringen te heffen over het bruto overlevingspensioen. De uitspraken van het Hof worden vernietigd en het premie-inkomen wordt vastgesteld inclusief het bruto pensioen zonder aftrek van de solidariteitsbijdrage. De solidariteitsbijdrage dient door de Belgische Rijksdienst voor Pensioenen aan belanghebbende te worden terugbetaald.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bepaalt dat het Belgische overlevingspensioen inclusief solidariteitsbijdrage in de Nederlandse premiegrondslag moet worden opgenomen, waarbij België de solidariteitsbijdrage moet terugbetalen.