ECLI:NL:PHR:2011:BU4032
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over loonbelastingbetaling en dubbele heffing
In deze zaak heeft eiseres cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof Den Bosch van 13 oktober 2009, waarin het hof het vonnis van de rechtbank Zwolle heeft bekrachtigd. Het geschil betreft de vraag of betrokkene 1 de aan VDC opgelegde onherroepelijke naheffingsaanslag loonbelasting over de jaren 1991 en 1992 heeft voldaan.
Eiseres stelde dat zij met ampel bewijsmateriaal had aangetoond dat betrokkene 1 de loonbetalingen en daarmee samenhangende afdrachten loonheffing heeft verricht in de jaren 1995 tot en met 1999. Het hof oordeelde echter dat eiseres niet is geslaagd in het bewijs van deze betalingen en dat ook geen sprake was van een eigen verplichting van betrokkene 1 tot afdracht van loonheffing.
De middelen van eiseres klaagden onder meer over onbegrijpelijkheid van het oordeel van het hof, schending van bepalingen uit de Wet op de loonbelasting 1964, en een vermeende verkeerde uitleg van het loonbegrip. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet voldoen aan de vereisten van art. 407 lid 2 Rv Pro, onvoldoende gemotiveerd zijn en dat het hof het recht niet heeft geschonden.
De Hoge Raad bevestigt dat geen sprake is van dubbele heffing en dat het cassatieberoep kan worden verworpen zonder nadere beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.