ECLI:NL:PHR:2011:BU3098
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verrekening overgespaarde inkomsten uit levensverzekeringspolissen bij echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding dat verrekening van overgespaarde inkomsten mogelijk maakt. Tijdens het huwelijk is geen verrekening toegepast. Na ontbinding van de vennootschap onder firma en verkoop van aandelen ontstond discussie over de verrekening van de waarde van drie levensverzekeringspolissen die de man had afgesloten.
De rechtbank wees het verzoek tot verrekening af, maar het hof stelde vast dat de premies van de polissen uit verrekenplichtige inkomsten waren betaald en veroordeelde de man tot verrekening van de waarde van de polissen aan de vrouw. De man stelde in cassatie onder meer dat de polissen niet uit verrekenplichtige inkomsten waren opgebouwd, mede vanwege het ontbreken van gemeenschap van goederen.
De Hoge Raad oordeelt dat het huwelijksverrekenbeding en art. 1:141 BW Pro van toepassing zijn en dat de waarde van de polissen als belegging van onverteerde inkomsten moet worden verrekend, ook als de inkomsten goederenrechtelijk tot het privévermogen van de man behoren. De klachten van de man falen en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de man moet de waarde van de levensverzekeringspolissen verrekenen met de vrouw.