ECLI:NL:PHR:2011:BU2005
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling partneralimentatie en verdeling huwelijksgoederengemeenschap volgens Turks recht
Partijen, gehuwd onder het Turkse huwelijksvermogensrecht, zijn gescheiden. De man verzocht de echtscheiding en een verdeling van de gemeenschap, de vrouw vorderde partneralimentatie en een verdeling van de vermogensbestanddelen inclusief overdracht van de woning. De rechtbank wees de meeste verzoeken van de vrouw af, met name vanwege onvoldoende bewijs van haar bijdrage en onduidelijkheid over de gemeenschap na 2002.
In hoger beroep stelde het hof de vrouw een alimentatiebedrag toe en bepaalde een vergoeding van €61.500 op grond van het Turkse huwelijksvermogensrecht. De man stelde cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht rekening hield met de arbeidsongeschiktheid van de vrouw en het ontbreken van voldoende financiële gegevens van de man, waardoor de alimentatie terecht werd vastgesteld.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat het Turkse recht, ondanks het oude stelsel van uitsluiting, compensatie toelaat voor bijdragen gedurende het gehele huwelijk, conform artikel 227 TBW Pro. Het hof had dit juist gemotiveerd en de klachten van de man over de toepassing van Turks recht faalden. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen; de vrouw krijgt partneralimentatie en compensatie volgens Turks recht.