ECLI:NL:PHR:2011:BT8460
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onderscheidend vermogen en wezenlijke waarde van vormmerk chocoladeproduct
In deze zaak staat de geldigheid van een driedimensionaal vormmerk van Revillon centraal, bestaande uit een geslingerd chocoladestaafje met uitstulpingen, dat Trianon betwist wegens gebrek aan onderscheidend vermogen en omdat de vorm een wezenlijke waarde aan het product zou geven.
De rechtbank verklaarde het merk nietig wegens gebrek aan onderscheidend vermogen, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat het vormmerk significant afwijkt van gangbare staafvormen en daardoor onderscheidend vermogen bezit. Het hof verwierp ook het beroep op de uitsluiting wegens wezenlijke waarde van de vorm, stellende dat de smaak en substantie de wezenlijke waarde van chocolade bepalen. Het hof stelde vast dat Trianon inbreuk maakte op het merk, maar oordeelde niet over kwade trouw.
De Hoge Raad bevestigt dat bij beoordeling van onderscheidend vermogen de vorm significant moet afwijken van gangbare vormen en dat het publiek niet hoeft te weten van welke onderneming het product afkomstig is, maar dat het merk de waren moet onderscheiden. De Hoge Raad acht prejudiciële vragen aan het HvJ EU noodzakelijk over de uitleg van het begrip 'wezenlijke waarde van de waar' in het merkenrecht. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de winstafdracht niet kan worden toegewezen zonder bewijs van kwade trouw van de inbreukmaker.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt onderscheidend vermogen vormmerk, stelt prejudiciële vragen over wezenlijke waarde en wijst winstafdracht af wegens ontbreken kwade trouw.