ECLI:NL:PHR:2011:BT8437
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling partneralimentatie bij wijziging draagkracht en behoefte na echtscheiding
Partijen waren gehuwd van 1990 tot 2006 en sloten bij echtscheiding een convenant waarin werd afgesproken dat partneralimentatie pas zou worden betaald zodra de man weer een eigen inkomen had. De vrouw vroeg later partneralimentatie toe te kennen met ingang van 2008, nadat de man een nieuwe werkkring had gevonden. Het hof stelde de alimentatie vast op basis van draagkrachtberekeningen van de man, zonder duidelijk en gemotiveerd de behoefte van de vrouw vast te stellen.
De man voerde aan dat de vrouw geen behoefte aan alimentatie had aangetoond en dat het hof ten onrechte voorbij was gegaan aan deze essentiële stelling. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende aandacht heeft besteed aan de behoefte van de vrouw, terwijl dit volgens de wettelijke maatstaven essentieel is bij de vaststelling van alimentatie.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man opnieuw moeten worden vastgesteld en gemotiveerd beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de partneralimentatie met inachtneming van de behoefte van de vrouw.