ECLI:NL:PHR:2011:BT7598
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betaling architectenfacturen en opdrachtgeverschap bij projectontwikkelaar Holgro B.V.
In deze zaak vordert een architect betaling van zes facturen voor werkzaamheden aan bouwprojecten. De eerste drie facturen zijn toegewezen aan de partijen aan wie zij zijn gericht, waarbij Holgro c.s. zich borg stelde voor betaling door een tussenpersoon. Voor de facturen 4 t/m 6 stelde de architect dat hij rechtstreeks in opdracht van Holgro c.s. had gewerkt, wat door Holgro c.s. werd betwist.
De rechtbank oordeelde dat Holgro c.s. opdrachtgever waren voor de latere facturen, maar het hof vernietigde dit oordeel en wees de vorderingen af omdat onvoldoende was gesteld met wie de overeenkomst was gesloten en wanneer de verhouding was gewijzigd. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de architect niet concreet heeft gesteld met wie van Holgro c.s. de overeenkomst is gesloten, noch wanneer deze tot stand kwam.
De Hoge Raad overweegt dat de omstandigheden dat facturen zijn ontvangen en zonder protest zijn gehouden, en dat Holgro c.s. bij de werkzaamheden betrokken waren, onvoldoende zijn om het opdrachtgeverschap aan te nemen. Ook verklaringen van betrokkenen tijdens de comparitie ondersteunen niet dat Holgro c.s. opdrachtgever waren. Het middel van de architect wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Holgro c.s. niet gehouden zijn tot betaling van de facturen 4 t/m 6 wegens onvoldoende gesteld opdrachtgeverschap.