ECLI:NL:PHR:2011:BT6398
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens schending recht op het laatste woord
De zaak betreft een arrest van het gerechtshof te Arnhem, zitting te Leeuwarden, waarin verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep. Verdachte was wel aanwezig bij de terechtzitting, maar werd niet in de gelegenheid gesteld het woord te voeren voordat het hof tot niet-ontvankelijkverklaring besloot.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad stelde dat dit in strijd is met artikel 283, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat ook in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is wanneer de rechter in hoger beroep tot inhoudelijke beoordeling van de zaak komt. Het proces-verbaal vermeldde niet dat verdachte het laatste woord had gekregen, wat een fundamentele schending van het recht op hoor en wederhoor betekent.
Hoewel in eerdere arresten van de Hoge Raad formele tekortkomingen soms niet fataal waren als het recht op het laatste woord feitelijk was gewaarborgd, was dat hier niet het geval. Het recht op het laatste woord is niet alleen instrumenteel, maar ook een fundamentele norm van procesbejegening. Daarom is het arrest van het hof vernietigd en is de zaak terugverwezen voor een nieuwe behandeling waarbij verdachte het laatste woord wordt gegund.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het recht op het laatste woord en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.