ECLI:NL:PHR:2011:BT6096
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid van grievende en onjuiste uitlatingen over ambtenaren luchtkwaliteit Utrecht
Eiser publiceerde op diverse websites en in een huis-aan-huisblad ernstige beschuldigingen aan het adres van drie ambtenaren en adviseurs betrokken bij luchtkwaliteitsonderzoek voor de gemeente Utrecht. Hij noemde hen onder meer criminelen, fraudeurs en witteboordencriminelen, en stelde dat zij willens en wetens de gezondheid van bewoners in gevaar brachten door het manipuleren van luchtkwaliteitsgegevens.
De verweerders vorderden in kort geding verwijdering van de teksten, rectificatie en een verbod op herhaling. De voorzieningenrechter gaf hen gelijk, maar het hof vernietigde dit deels en wees sommige vorderingen af. De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van eiser tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat eiser onvoldoende feitelijke grondslag had geleverd voor zijn beschuldigingen jegens de ambtenaren en dat de uitlatingen onnodig grievend waren. Ook werd geoordeeld dat de ambtenaren als private personen recht hebben op bescherming van hun eer en goede naam, en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat zij als publieke personen meer kritiek moesten dulden.
Het hof had bovendien de ernst van het maatschappelijk relevante onderwerp luchtkwaliteit meegewogen, maar het causaal verband tussen de uitlatingen en mogelijke gezondheidsschade was niet relevant voor de beoordeling van onrechtmatigheid. De Hoge Raad concludeerde dat het hof terecht de vorderingen van verweerders had toegewezen en het cassatieberoep van eiser verwierp.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de onrechtmatige uitlatingen moeten worden verwijderd met rectificatie.