ECLI:NL:PHR:2011:BS1684
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Nederlands goederenrecht op verdeling voormalige echtelijke woning ondanks Turks huwelijksvermogensrecht
De man en vrouw zijn in 1980 in Turkije gehuwd en in 2008 gescheiden door de rechtbank Almelo, waarbij het Turkse huwelijksvermogensrecht werd toegepast. De rechtbank stelde vast dat er tot 2002 geen huwelijksgoederengemeenschap bestond volgens Turks recht. In 1995 kochten partijen samen een woning in Nederland, die volgens de rechtbank en het hof een beperkte gemeenschap naar Nederlands recht vormde.
Het hof oordeelde dat op de verdeling en verrekening van de overwaarde van de woning Nederlands goederenrecht van toepassing is, omdat de woning in Nederland is gelegen en de lex rei sitae-regel geldt. De man stelde cassatie in tegen deze beslissing, stellende dat het eenheidsstelsel in het huwelijksvermogensrecht de lex rei sitae-regel uitsluit.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel. Het hof had terecht geoordeeld dat de woning niet tot de huwelijksgoederengemeenschap behoorde en dat het Nederlandse goederenrecht van toepassing is op de verdeling. Het eenheidsstelsel betreft alleen de aanwijzing van het toepasselijke huwelijksvermogensrecht en schakelt de lex rei sitae-regel niet uit voor zaken buiten de huwelijksgoederengemeenschap.
De conclusie van de Procureur-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Nederlands goederenrecht van toepassing is op de verdeling van de voormalige echtelijke woning in Nederland.