ECLI:NL:PHR:2011:BR3059
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over auteursrecht, merkenrecht en slaafse nabootsing bij zaklampen
In deze zaak staat centraal de bescherming van de Mag-Lite zaklampen van Mag Instrument tegen nabootsing door Edco en PP Impex. Mag Instrument vordert onder meer staking van inbreuk op auteursrechten, merkrechten en onrechtmatige daad. De zaak betreft complexe vragen over de toepassing van art. 2 lid 7 Berner Pro Conventie, het onderscheidend vermogen van vormmerken en de overgangsrechtelijke gevolgen van het vervallen van art. 14 lid 8 BTMW Pro.
De Hoge Raad bevestigt dat de reciprociteitsregel van art. 2 lid 7 BC Pro concreet moet worden toegepast: het gaat om auteursrechtelijke bescherming van het specifieke werk in het land van oorsprong (hier de VS). Mag Instrument draagt de bewijslast voor deze bescherming, en heeft onvoldoende bewijs geleverd. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de vormmerken van Mag Instrument geen onderscheidend vermogen bezitten, mede omdat veel kenmerken functioneel zijn en elders gangbaar. Ook de stelling dat inburgering het onderscheidend vermogen zou versterken, wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Ten aanzien van de slaafse nabootsing en het overgangsrecht rond art. 14 lid 8 BTMW Pro oordeelt de Hoge Raad dat het vervallen van deze bepaling per 1 december 2003 niet zonder meer van toepassing is op handelingen die vóór die datum zijn begonnen. De Hoge Raad acht prejudiciële vragen aan het Benelux-Gerechtshof nodig om deze overgangsrechtelijke kwesties te verduidelijken. De vorderingen van Mag Instrument worden uiteindelijk afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt het oordeel van het hof dat geen auteursrechtelijke bescherming of onderscheidend vermogen van de vormmerken bestaat, en behandelt overgangsrechtelijke vragen over art. 14 lid 8 BTMW.