ECLI:NL:PHR:2011:BR2090
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen cocaïnesmokkel met strafverlaging wegens termijnoverschrijding
Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 2 april 2009 veroordeeld wegens medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, met een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk en een geldboete van €1630. Verdachte was betrokken bij het smokkelen van circa 350 gram cocaïne, verpakt in bolletjes, die via een koerier Nederland werden binnengebracht.
De verdediging stelde in cassatie onder meer dat niet bewezen kon worden dat verdachte wist dat de cocaïne via een koerier was binnengebracht. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof voldoende bewijs had geleverd, waaronder verklaringen van betrokkenen en telefoongesprekken waaruit de betrokkenheid en wetenschap van verdachte bleek.
Een derde middel klaagde over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. De Hoge Raad erkende dat de inzendtermijn van acht maanden was overschreden, wat leidde tot een verlaging van de opgelegde straf. De overige middelen werden verworpen en er waren geen gronden voor vernietiging van het vonnis.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekte tot verlaging van de straf en bevestiging van de veroordeling. De zaak hangt samen met andere zaken tegen medeverdachten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen cocaïnesmokkel en verlaagt de straf wegens termijnoverschrijding.