ECLI:NL:PHR:2011:BR2071
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige
Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld wegens het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige, specifiek het aanraken van de borsten van het slachtoffer, die destijds 13 à 14 jaar oud was. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, sms-berichten van verdachte aan het slachtoffer en zijn eigen verklaringen.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte het ontuchtige karakter van de handelingen had vastgesteld en dat er geen seksuele intentie was. De Hoge Raad overwoog dat het hof de bewijsmiddelen juist had gewogen en dat het ontuchtige karakter afhankelijk is van de omstandigheden, waaronder de herhaalde aanrakingen, de sms-berichten met liefdesuitingen en het feit dat verdachte de minderjarige alleen meenam naar het bos.
De Hoge Raad concludeerde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en dat de cassatieklacht faalt. Er zijn geen gronden om ambtshalve vernietiging toe te passen. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor meermalen ontuchtige handelingen met een minderjarige.