ECLI:NL:PHR:2011:BR2046

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04956
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige daad en verjaring bij exploitatie van tankstation

In deze zaak stond de vraag centraal of de vordering van Peha Ontwikkeling BV tegen Esso Nederland BV wegens onrechtmatige daad verband houdende met bodemverontreiniging door exploitatie van een tankstation tijdig was ingesteld. Het gerechtshof had geoordeeld dat de vordering verjaard was, een oordeel dat in cassatie niet werd bestreden.

De Hoge Raad benadrukte dat het cassatieberoep alleen klachten bevatte tegen overwegingen van het hof die onmiskenbaar ten overvloede waren gemaakt en die geen belang hadden voor de uitkomst. Daarom werd het beroep verworpen.

Deze uitspraak bevestigt het belang van tijdige instelling van vorderingen bij milieuschade en de onherroepelijkheid van verjaringsuitspraken wanneer deze niet worden bestreden in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof dat de vordering als verjaard afwijst blijft in stand.

Conclusie

10/04956
mr J. Spier
Zitting 24 juni 2011 (bij vervroeging)
Conclusie inzake
Peha Ontwikkeling BV
tegen
Esso Nederland BV
1. Het cassatieberoep is tijdig ingesteld.
2. 's Hofs arrest berust op twee zelfstandige gronden. De eerste houdt in dat de vordering, zoals in appel aan de orde gesteld, is verjaard (rov. 4.2.3). Dat oordeel wordt in cassatie niet bestreden. Daarmee is het lot van het middel bezegeld; de s.t. van mrs Van Wijk en Nieuwland onder 1 wijst daar terecht op. In zijn repliek probeert Peha de angel uit dat betoog te trekken, maar aldus wordt hetgeen het Hof 4.2.1 overweegt uit het oog verloren. Zelfs als dat oordeel onjuist zou zijn, blijft overeind dat het in cassatie niet wordt bestreden.
3. Het middel behelst slechts klachten tegen hetgeen het Hof "daarnaast" en onmiskenbaar ten overvloede overweegt in rov. 4.3 e.v. Die klachten missen belang, wat daarvan en van 's Hofs oordeel ook zij.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal