ECLI:NL:PHR:2011:BQ8196
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering maatregel ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin aan de veroordeelde een ontnemingsmaatregel van €15.200 is opgelegd wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit diefstal met valse sleutels.
De verdediging stelde drie middelen voor cassatie in, waarvan het eerste middel slaagde omdat de redelijke inzendingstermijn in cassatie met meer dan acht maanden was overschreden. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde maatregel door de Hoge Raad.
De overige middelen richtten zich op de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de gebruikte bewijsmiddelen. De Hoge Raad oordeelde dat de bestreden uitspraak voldoende met redenen is omkleed en dat de gebruikte bewijsmiddelen, waaronder bekentenissen en bankafschriften, adequaat waren voor de schatting.
De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de hoogte van de maatregel betreft en kan deze verminderen, maar verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor wat betreft de hoogte van de ontnemingsmaatregel en kan deze verminderen wegens overschrijding van de redelijke termijn.