ECLI:NL:PHR:2011:BQ8095
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bepaalt ingangsdatum nihilstelling kinderalimentatie bij gewijzigde omstandigheden
In deze zaak betrof het een geschil over de wijziging van de kinderalimentatie vastgesteld in een beschikking van 14 januari 2004. De man verzocht de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen te verlagen, primair met terugwerkende kracht vanaf 14 januari 2004 en subsidiair op nihil vanaf 28 augustus 2008.
De rechtbank wees het verzoek af, maar het hof stelde de bijdrage op nihil met ingang van 4 juni 2009, de datum van het wijzigingsverzoek. De man kwam in cassatie tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de ingangsdatum van de nihilstelling op de datum van het verzoek heeft gesteld in plaats van op de datum waarop de gewijzigde omstandigheden intreden, zoals bedoeld in artikel 1:401 lid 1 BW Pro.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de bijdrage in 2004 niet conform de wettelijke maatstaven was vastgesteld, omdat de man een lager bedrag had aangeboden dan zijn draagkracht toeliet, en dat dit een grond voor wijziging op basis van lid 4 van artikel 1:401 BW Pro oplevert. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het het verzoek op grond van lid 4 afwees en deed zelf de zaak af door de juiste ingangsdatum aan te wijzen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bepaalt dat de ingangsdatum van de nihilstelling van kinderalimentatie de datum is waarop de gewijzigde omstandigheden intreden.