ECLI:NL:PHR:2011:BQ8088
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid schuldeisers in verzoek aan rechter-commissaris ex art. 69 Faillissementswet
In deze zaak staat centraal of The Pebbles Group B.V. als schuldeiser een rechtens te respecteren belang heeft om een verzoek aan de rechter-commissaris te richten op grond van artikel 69 van Pro de Faillissementswet. Het gaat om faillissementen van meerdere vennootschappen binnen het Pebbles concern, waarbij de curator een bodemprocedure is gestart tegen enkele groepsmaatschappijen.
The Pebbles Group en andere groepsmaatschappijen hebben de rechter-commissaris verzocht om de curator te verbieden de faillissementen geconsolideerd af te wikkelen en de bodemprocedure niet aanhangig te maken. De rechter-commissaris verklaarde deze verzoeken niet-ontvankelijk, wat door de rechtbank Utrecht werd bekrachtigd. De Hoge Raad bevestigt deze beslissingen.
De Hoge Raad stelt dat artikel 69 Fw Pro bedoeld is om schuldeisers, de schuldeiserscommissie of de gefailleerde invloed te geven op het beheer van de failliete boedel en niet om persoonlijke rechten tegenover de boedel te gelde te maken. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat The Pebbles Group geen legitiem belang heeft bij haar verzoek, omdat het bedrag dat in de bodemprocedure aan de boedel toekomt zal worden aangewend voor het faillissementstekort. De vorderingen van de curator dienen in de bodemprocedure te worden beoordeeld.
De Hoge Raad verwerpt alle cassatiemiddelen en bevestigt dat het verzoek aan de rechter-commissaris niet ontvankelijk is. De procedure moet worden voortgezet in de bodemprocedure, waarbij de haalbaarheid van de vorderingen zal worden vastgesteld.
Uitkomst: Het verzoek van The Pebbles Group aan de rechter-commissaris is niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen rechtens te respecteren belang heeft onder art. 69 Fw.